De Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen (EPBD IV) wordt al snel gezien als een energievraagstuk. In de praktijk raakt de regelgeving vooral de keuzes die organisaties maken over hun vastgoed. Welke gebouwen blijven langdurig in gebruik? Welke worden gerenoveerd of afgestoten? En welke investeringen passen daarbij? Daarmee is de EPBD niet alleen een verduurzamingsopgave, maar ook een belangrijk onderdeel van de vastgoedstrategie en onderhoudsplanning.
Sinds 29 mei 2026 wordt EPBD IV stapsgewijs opgenomen in de Nederlandse regelgeving. De richtlijn introduceert onder andere eisen voor gebouwautomatisering, laadinfrastructuur, zonne-energie en de energieprestaties van gebouwen. Voor bestaande utiliteitsgebouwen wordt 2030 een belangrijk moment. Volgens de huidige Nederlandse uitwerking moeten gebouwen dan voldoen aan een minimum energieprestatieniveau dat vergelijkbaar is met energielabel D. Voor 2033 wordt een niveau vergelijkbaar met label C verwacht, al moet de definitieve uitwerking nog worden vastgesteld. Hierbij gelden voor bepaalde gebouwcategorieën uitzonderingen.
Vanaf 2030 verandert daarnaast de energielabelsystematiek. Het uiteindelijke Europese doel is een emissievrije gebouwvoorraad in 2050. Voor vastgoedorganisaties betekent dit dat tijdig inzicht nodig is in de huidige energieprestaties, aanwezige installaties en toekomstige plannen voor hun gebouwen.
De gevolgen van EPBD IV verschillen per vastgoedportefeuille. Welke verplichtingen van toepassing zijn, hangt onder andere af van de gebruiksfunctie, energieprestatie en aanwezige installaties van een gebouw. Voor gemeenten en onderwijsorganisaties ligt de uitdaging bijvoorbeeld in het combineren van verduurzaming met renovaties, beschikbare budgetten en meerjarige huisvestingsplannen.
Bij zorgorganisaties is de situatie vaak complexer. Binnen één portefeuille kunnen gebouwen met verschillende gebruiksfuncties voorkomen, zoals gezondheidszorgfuncties, woonfuncties en kantoren. De toepasselijke verplichtingen moeten daarom per gebouw en waar nodig per gebouwdeel worden beoordeeld. Tegelijkertijd spelen de continuïteit van zorg, het binnenklimaat en de bedrijfszekerheid een belangrijke rol. Een beoordeling op gebouwniveau vormt daarmee de basis voor een realistische aanpak op portefeuilleniveau.
De EPBD vraagt om meer dan alleen het uitvoeren van energiebesparende maatregelen. Voor vastgoedorganisaties is vooral van belang welke toekomst een gebouw heeft en welke investeringen daarbij passen. Wordt een gebouw langdurig behouden en verduurzaamd, ingrijpend gerenoveerd of juist op termijn afgestoten? Die keuzes bepalen mede welke maatregelen verstandig zijn en wanneer ze het beste kunnen worden uitgevoerd. Daarbij blijven de toepasselijke wettelijke verplichtingen het uitgangspunt.
Om deze afwegingen goed te maken, is betrouwbare gebouwinformatie noodzakelijk. Denk aan de huidige energieprestatie, aanwezige installaties, gebruiksfuncties en geplande onderhoudswerkzaamheden. Door deze informatie te verbinden met het meerjarenonderhoudsplan (MJOP), het meerjareninvesteringsplan (MIP) en de vastgoedstrategie kunnen verduurzamingsmaatregelen worden gecombineerd met natuurlijke vervangingsmomenten. Zo sluiten investeringen beter aan op de langetermijndoelstellingen van de organisatie.
Bij een zorginstelling heeft Quadrance de erkende energiebesparende maatregelen (EML), verduurzamingsmaatregelen en bestaande onderhoudsplannen samengebracht in één dashboard. Hierdoor ontstond per gebouw inzicht in mogelijke maatregelen, bijbehorende investeringen en geschikte uitvoeringsmomenten.
Door deze informatie te verbinden met de huisvestingsstrategie konden verschillende scenario's worden beoordeeld. Voor gebouwen die langdurig behouden blijven, kan het verstandig zijn verduurzamingsmaatregelen naar voren te halen. Bij locaties waarvan de toekomstige functie onzeker is, vraagt dit om een andere afweging. Ook het afstoten van gebouwen of het elders huisvesten van gebruikers kan onderdeel zijn van de vastgoedstrategie. De analyse helpt de organisatie om investeringsbeslissingen beter te onderbouwen en onderhoud, verduurzaming en huisvesting in samenhang te beoordelen.
Hoewel de richting van EPBD IV duidelijk is, moet een deel van de Nederlandse regelgeving nog definitief worden uitgewerkt. Dat betekent niet dat vastgoedorganisaties moeten wachten met de voorbereiding. Door inzicht te krijgen in de bestaande verplichtingen en geplande verduurzamingsmaatregelen, kunnen organisaties deze onderverdelen in drie groepen: noodzakelijke maatregelen, verbeteringen die gecombineerd kunnen worden met geplande onderhouds- en vervangingsmomenten en maatregelen waarvoor eerst aanvullende informatie of duidelijkheid nodig is. Hiermee ontstaat een realistische aanpak waarin wettelijke verplichtingen, investeringen en toekomstige ontwikkelingen op elkaar worden afgestemd.
De EPBD-verplichtingen maken het steeds belangrijker om verduurzaming niet als afzonderlijke opgave te behandelen. De toekomst van een gebouw, geplande onderhoudswerkzaamheden en beschikbare investeringsruimte bepalen samen welke aanpak passend is. Quadrance ondersteunt organisaties bij het vertalen van deze opgaven naar concrete vastgoed- en onderhoudsplannen. Door gebouwinformatie, verduurzamingsmaatregelen en investeringen samen te brengen in een duurzaam meerjarenonderhoudsplan, ontstaat inzicht om onderbouwde keuzes te maken voor de toekomst van het vastgoed.
Geïnteresseerd in onze datagedreven aanpak? Neem vrijblijvend contact op en ontdek de mogelijkheden voor uw organisatie. Samen vinden we de beste manier om uw vastgoedbeheer slimmer, efficiënter en kostenbesparend te maken.